Fit op het veld met goede voeding

Interview met Marinus Dijkhuizen, hoofdtrainer NAC

“Tegenwoordig is fit zijn op dit niveau veel meer doorslaggevend.” Goede voeding in de juiste hoeveelheden is essentieel om fit te blijven, blessures te voorkomen en snel te herstellen. Marinus Dijkhuizen (44), voormalig profvoetballer en sinds oktober 2015 de hoofdtrainer van NAC Breda, past voedingsadviezen in de praktijk toe bij zijn spelers.

Dijkhuizen heeft een contract getekend dat hem tot medio 2017 aan de Brabantse club bindt. Het doel is om NAC onder zijn leiding zo snel mogelijk terug te laten keren naar de Eredivisie. Dijkhuizen heeft daarbij een hele duidelijke mening over voeding en het fysieke en mentale onderdeel wat bij topsport komt kijken in de aanloop naar succes.

De in ’s-Gravenzande geboren trainer is zijn voetbalcarrière op 5-jarige leeftijd begonnen in de F5 bij FC ’s-Gravenzande. Later heeft hij als profvoetballer bij diverse clubs gespeeld zoals Excelsior, SC Cambuur, FC Utrecht, Dumfermline, FC Emmen en Top Oss. Na zijn carrière als voetballer is hij trainer geworden bij de amateurclubs Montfoort en De Meern. In januari 2014 heeft Dijkhuizen zijn entree gemaakt in het betaalde voetbal bij de Rotterdamse club Excelsior die hij naar de eredivisie heeft geleid. Daarna is hij trainer geweest bij het Engelse Brentford, een club die uitkomt in het Championship – het tweede niveau in Engeland.

Dijkhuizen wil NAC professionaliseren en gaan werken aan een topsportklimaat. Hij is van mening dat naast training, de juiste voeding, leefstijl en mindset daarbij belangrijke aspecten zijn. Marinus Dijkhuizen deelt de adviezen die hij zijn spelers meegeeft met Voeding.com.

Sport vormt een extra belasting voor het lichaam, zeker op topsportniveau. Welke adviezen geeft u de spelers?

”Ik ben geen voedingsdeskundige, maar ik vind fit zijn een belangrijk onderdeel van topsport. Voor goede resultaten moeten sporters er op letten dat ze de juiste voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden binnenkrijgen. Ik ben van mening dat je daar met voeding en leefstijl veel invloed op kan uitoefenen. Tegenwoordig is fit zijn op dit niveau veel meer doorslaggevend dan dat het 10 jaar geleden was. Ik vergelijk het met de tijd dat ik voetbalde, tot 2005. Spelers van nu haken steeds sneller af op vroegtijdige leeftijd. Kon je vroeger makkelijk mee tot je 35ste,  nu zie je jongens al op hun 31ste afhaken. Kijk maar naar Sneijder en van der Vaart die hebben het moeilijk en naar Heitinga die onlangs is gestopt. Dit heeft ook met een stukje fitheid te maken. Het spel gaat steeds sneller en er wordt fysiek meer gevraagd van de jongens, ook met de trainingen. Je ziet steeds meer dat spelers een personal trainer in de arm nemen om hen te begeleiden met de juiste voeding en training naar het gewenste niveau. Dat vind ik een belangrijke ontwikkeling. Om die randvoorwaarden voor elkaar te krijgen om op dit niveau mee kunnen en het verschil te maken op technisch en tactisch gebied, is fit zijn dus een cruciale basisvoorwaarde.”

‘Voeding wordt steeds belangrijker voor een sneller herstel en ter preventie van blessures.’

Een profvoetballer moet een laag vetpercentage hebben. Hoe begeleidt u de spelers om dit te bereiken (en te behouden)?

”Als je kijkt naar één van de beste voetballers ter wereld Christiano Ronaldo, die is helemaal strak afgetraind, daar moet je zelf minimaal aan voldoen als je op dit niveau voetbalt vind ik. Bij NAC doen wij om de 2 weken een vetmeting waarbij een vetpercentage van onder de 12% het streven is. Spelers die niet aan deze norm voldoen krijgen begeleiding van een sportdiëtist. Eenmaal in de 6 weken doen wij een conditiemeting. De conditionele trainingen doen wij met een hartslagmeter om waarbij gelet wordt op de snelheid van herstellen. Vooral het korte herstel in de 1e minuut na inspanning zegt veel over de staat van de conditie. Daarnaast besteden we in de trainingen veel aandacht aan krachttraining, core-stabiliteit en het omzetten van kracht naar snelheid.”

Goede voeding levert energie, zorgt voor herstel en opbouw van spieren en heeft dus een grote invloed op de belastbaarheid van het lichaam en de sportprestaties. Kunt u iets vertellen over de aandacht die er op de club besteed wordt aan voeding?

”We ontbijten en lunchen altijd gezamenlijk op de club. Er is bijvoorbeeld soep, brood, pasta’s, zalm, salades en fruit. Direct na de trainingen staan er eiwitshakes en koolhydraatrijke pasta maaltijden klaar voor de jongens. In die zin zijn we goed bezig. Wat je steeds vaker ziet, en daar wil ik bij NAC ook naartoe in de toekomst, is dat ploegen na de wedstrijd gelijk een pastamaaltijd nemen. Voeding wordt steeds belangrijker voor een sneller herstel en ter preventie van blessures. Sommige spelers eten te weinig, of eten vanuit onwetendheid de verkeerde dingen. Het hoeven niet eens altijd slechte eetgewoonten te zijn. Door gezamenlijk op de club te eten hebben wij een stukje controle over de voeding die de jongens nemen en in die zin begeleiden wij hun in het maken van bewuste keuzes.”

Is er een diëtist op de club die de maaltijden samenstelt voor de spelers?

”Zo ver zijn we nog niet. Dat is wel iets wat ik graag wil in de toekomst. Het liefst zou ik hier een kok hebben die elke dag vers kookt en maaltijden op maat samenstelt voor de spelers. De samenstelling van de maaltijden wordt nu gedaan door de medische staf. Deze maaltijden zijn ook vers maar worden door een derde aangeleverd.”

Veel sporters gebruiken supplementen als aanvulling op hun normale dieet voor extra voedingsstoffen. Raadt u de spelers supplementen aan?

”Ja daar zijn we wel mee bezig, bijvoorbeeld sommige jongens moeten wat meer volume krijgen dus die krijgen extra shakes. Supplementen worden nog niet echt in grote mate gebruikt, dat is allemaal nog in ontwikkeling. Ik laat dat aan de medische staf over, die hebben daar meer verstand van dan ik.”

‘Het liefst heb ik een kok die elke dag vers kookt en maaltijden op maat samenstelt voor de spelers.’

Een gezonde leefstijl is voor iedereen van belang, maar zeker als je (veel) aan sport doet. Hoe geeft u daar bij NAC invulling aan?

”Een gezonde leefstijl is zeker van invloed. Er zijn topclubs die daarin heel ver gaan en zelfs het slaappatroon van spelers monitoren. Bij NAC hebben wij alleen een stukje controle over de fysieke trainingen op de club en de maaltijden die de spelers daar krijgen. Daarbuiten hebben wij er geen invloed op maar daarvoor zijn de metingen waarmee we alles in kaart brengen. Wij verbieden niets maar als speler val je vrij snel door de mand als de metingen niet goed zijn.  Een feestje met (teveel) alcohol, onvoldoende nachtrust, vermoeidheid of een verkoudheid kunnen allemaal oorzaken zijn van een negatieve uitslag of een uitslag anders dan je normaal verwacht van een speler. De uitslag van de metingen, je eigen gevoel en waarnemingen en wat de speler zegt, die drie factoren bij elkaar genomen geven vaak een goed beeld van de oorzaak. Op die manier pik je snel de mensen eruit die extra begeleiding nodig hebben. Als spelers dan hun leefstijl niet aanpassen komen zij meestal op de bank of op de bühne te zitten en dat is vaak het beste middel om een speler te motiveren.”

Elke sporter heeft een bepaalde mate van talent, dat door training verder kan worden ontwikkeld. Welke adviezen geeft u de spelers om succesvol te zijn?

”Het mentale onderdeel is een belangrijke component, niet alleen bij voetbal maar bij alles. Het bepaalt voor 50% je succes, zo kijk ik ernaar. Als trainer zijnde heb je hier maar deels invloed op, want op het veld moeten de spelers het toch zelf doen. De een kan beter omgaan met druk dan de ander. Bij NAC is er mentale begeleiding vanuit een externe academie waar spelers op individuele basis regelmatig gesprekken voeren. Vanuit mijzelf probeer ik de mindset goed te krijgen door de spelers in de trainingen op de juiste manier voor te bereiden op technisch en tactisch vlak.”

Gedeeld